Ha iedereen!
Het heeft even geduurd, maar hier is dan toch weer een teken van leven vanuit Down Under. Ik ben de afgelopen tijd verstoken geweest van digitale verbindingen, maar nu ik er weer over beschik, grijp ik de kans dankbaar aan om verslag te doen van mijn wedervaringen op het Zuidereiland. Ik begin met het verslag van mijn tocht door het Abel Tasman Nationaal Park.
Vorige week ben ik per bus naar het begin van de Abel Tasman Track gereisd. Vanaf daar daar begon ik aan een vierdaagse tocht door het Park, voornamelijk langs de kust ervan. Het begon gelijk goed: op de eerste etappe goot het van de regen. Op zich pastte dat wel bij de omgeving, een regenwoud, maar ik had droog weer ook niet erg gevonden. Desondanks had ik het goed naar m’n zin, ik had direct bij het begin kennis gemaakt met drie andere backpackers, twee Duitsers en een Canadees, met wie ik samen naar de eerste hut ben gelopen. Ondanks het weer hadden we vaak mooie doorkijkjes op stranden die er nu al mooi uitzagen, laat staan bij goed weer. Aangekomen in de eerste hut konden we het regenleed delen met andere wandelaars en ons warmen aan de houtkachel. Rondom de kackel hing de natte kleding en stonden de natte schoenen van de andere bezoekers van de hut, waardoor er een zekere wasem hing... Dat gaf het geheel een heel eigen sfeer en ik heb me prima vermaakt door bij kaarslicht (er was geen stroom) een kaartje te leggen met de wandelaars die ik eerder had ontmoet.
De volgende dag ging ik wat eerder weg dan de rest, omdat ik van plan was naar een verder gelegen hut te gaan dan de anderen. Het weer was eerst goed en ik heb onderweg onder andere een prachtige. oranjebruin gekleurde rivier gezien. Later begon het weer te gieten en ik kreeg bovendien erg last van m’n achilleshiel. Ik stopte bij de hut waar de wandelaars, waarmee ik de dag ervoor was opgetrokken, heen zouden gaan, om te schuilen. Daar kwam ik hen ook weer tegen, wat wel grappig was omdat ze niet meer hadden verwacht me weer te zien. Al gauw bleek dat mn voet zo’n pijn deed dat ik niet verder kon lopen. Ik vroeg aan de toezichthouder van de hut of ik hier misschien kon overnachten en na veel heen en weer gebel bleek er nog precies 1 bed vrij te zijn! Ik was echt enorm blij! Het was weer erg gezellig in de hut, veel dezelfde mensen van de vorige dag en nog meer regenleed om te delen. We voelden ons wel stoer dat we zo de elementen trotseerden.
De dag daarna zou een van de groep waarmee ik had opgetrokken per watertaxi terug naar hun auto gaan, om het park heen rijden en ons ergens opwachten, vijf uur lopen verderop. Het ging weer een stuk beter met mn voet, ik besloot met de wandelaars mee te gaan naar hun auto en me te laten afzetten in de buurt van de hut die ik al had geboekt voor die dag, maar die ik door mn vertraging anders nooit meer zou kunnen bereiken, Deze dag werd het weer ineens een stuk beter en we hebben erg genoten van de prachtige stranden en mooie baaien die we tegenkwamen, vooral na al dat slechte weer. We moesten twee keer een estuarium, een verbrede riviermonding, oversteken, wat alleen bij eb mogelijk was. En dan nog moesten de schoenen uit en moesten we door het water waden. De tweede oversteek was enorm breed, zeker een kilometer en het water kwam bijna tot aan m’n middel, met een flinke stroom. Ik dacht op een gegeven moment: nu moet het niet veel dieper worden, anders komt zelfs m’n rugtas nog in het water. Aan de andere kant stond het meisje klaar dat de auto rond had gereden, samen met een stelletje Nieuw Zeelandse Rednecks. Het bleek dat ze met de auto niet door een beek had kunnen rijden die ergens over de weg stroomde en deze lui waren haar te hulp geschoten. Wij moesten achterin hun pickup truck gaan zitten en toen ging het met een krankzinnige vaart over een bochtig bergweggetje landinwaarts. Later vertelde het Duitse meisje me dat ze in het uur dat ze op ons hadden gewacht vier blikjes bier per persoon hadden gedronken, gelukkig wist ik dat niet van tevoren... Met grote snelheid ging het door de beek waar de auto niet doorheen had gekund, het water sproeide over de laadbak en we waren meteen drijfnat. Maar we waren bij de auto! Uiteindelijk heb ik de geboekte hut bereikt, met de klinkende naam: Whariwharangi hut, een voormalig boerderijtje, waar een andere wandelaar net bezig was het hout te hakken voor de kachel, in de avondzon: een idyllisch einde van een roerige tocht. De volgende dag werd ik weer opgepikt door een bus en naar de plaats Takaka gebracht.
In Takaka heb ik een backpackershostel opgezocht, waar het me eigenlijk erg goed beviel. Het oorspronkelijke plan was om hier 1 nacht te blijven, waarna ik door de Borgers zou worden opgepikt om twee dagen naar de bergen iets meer naar het zuiden te gaan. Ik besloot om daarna nog weer terug te gaan naar dit hostel. De volgende dag heb ik eerst nog een bezoek gebracht aan het Abel Tasman museum in Takaka. Abel Tasman, onze Nederlandse held uit Lutjegast , die in 1642 als eerste Europeaan Nieuw Zeeland ontdekte, waar hij werd geconfronteerd met vijandige Maori, die vier van zijn bemanningsleden vermoorden, toen die in een sloep voet aan wal probeerden te zetten. Dit gebeurde naar alle waarschijnlijkheid in de Whariwharangi Bay, op een steenworp afstand van de hut waar ik de vorige nacht had overnacht. Deze slechte ervaring leidde ertoe dat de Republiek der zeven Verenigde Nederlanden niet direct enthousiast was om het land te koloniseren. Wie weet wat er was gebeurd wanneer de Maori wat vriendelijker waren geweest, misschien had ik hier dan gewoon Nederlands kunnen praten!
Daarna werd ik opgepikt uit Takaka door de familie Borger, met wie ik twee dagen midden in de bergen, ver weg van alles, in een klein huisje ben geweest. Dit huisje lag heel mooi aan een stuwmeer. Herman Borger moest hier een paar dagen zijn voor zijn werk, het plaatsen van nieuwe alarm systemen in de gebouwen bij de stuwdam en ze grepen maar gelijk de gelegenheid aan om er met het hele gezin een paar dagen tussenuit te zijn. We hebben er nog een hele mooie wandeling gemaakt naar een bergmeertje, met prachtige uitzichten op de bergen rondom, soms nog met wat sneeuw erop. In het huisje was het ook heel gezellig, Nathan, hun jongste zoon (13), greep elke gelegenheid aan om zich met de bijl op het kachelhout in de schuur te storten, waardoor we er altijd warm bijzaten, rondom de houtkachel. We hebben ook nog een bezoek gebracht aan allerlei onderdelen van het electriciteitscentrale-complex, waar je normaal nooit kan komen, waardoor ik meer te weten ben gekomen over hoe een waterkrachtcentrale werkt. Heel interessant!
Daarna kwam ik liftend met een Duitse backpacker weer terug in Takaka, op woensdag 22 november. Ik heb hier een paar leuke dagen gehad. Zo heb ik samen met een Brits meisje Cape Farewell bezocht. Dit is het noordelijkste puntje van het Zuidereiland. Heel bizarre kliffen hier, waar ik ook nog zeehonden heb zien rondzwemmen. Verder heb ik een bezoek gebracht aan Pupu Springs, bronnen, waar zo ongeveer het helderste water ter wereld te vinden is. Er was een vijver waar je het water omhoog kon zien borrelen. Het was zo helder dat ik overal de bodem kon zien en zo goed de mooie kleuren van het zand en de waterplanten kon zien.
Het hostel stelde ook gratis fietsen ter beschikking, waardoor ik gemakkelijk overal kon komen. Zo heb ik nog samen met een jongen uit Groningen (eindelijk weer een Nederlander!) een supermooie druipsteengrot bezocht, waar het toch heel rustig was, omdat hij vrij moeilijk te bereiken was.
Op de laatste dag dat ik in Takaka was, heb ik Seperation Point bezocht, een landtong in het Abel Tasman National Park, dat ik eerder gemist had doordat ik een stuk van mijn oorspronkelijke route had afgesneden. Ik had gehoord dat hier een zeehonden kolonie was, dus dat leek me wel heel gaaf om een keer te zien. Het weer was die dag ook erg goed, zodat ik het Park nu bij vol zonlicht kon zien, waardoor de kleuren nog beter uitkwamen dan ik eerder had gezien. Het was absoluut de moeite waard om nog een keer terug te gaan, ik heb de zeehonden gezien en ook Nieuw Zeelandse aalscholvers op de ruige rotsen bij Separation Point. Daarnaast had ik hele mooie uitzichten op de gouden stranden waar het park bekend om staat. ‘s Avonds was er nog een barbeque en een tuinfeest in het hostel, omdat het die dag vijf jaar bestond. Ik was eigenlijk van plan om al een dag eerder te vertrekken, maar omdat ik al een aantal mensen had leren kennen, leek het me wel leuk om op die manier mijn tijd in het hostel af te sluiten. Je moet hier wel een beetje flexibel zijn, dat werk hier het best, heb ik al wel gemerkt!
Nu ben ik weer bij de familie Borger thuis, waar ik eindelijk weer beschikking heb over internet. Ik ben ook hard aan het proberen om weer wat foto’s op het net te krijgen, maar tot nu toe krijg ik steeds foutmeldingen. Misschien lukt het later nog.
Morgen ga ik weer op reis, nu richting de westkust, waarschijnlijk ergens tussen Westport en Greymouth. Verslagen volgen!
De hartelijke groeten uit een (bijna) zomers Nieuw Zeeland,
Sytze